Vanaf januari tot 8 maart zet WomanLink elke week een ‘gewoon bijzondere’ (jonge)dame in de spotlight, die met ons deelt wat vrijheid voor haar betekent.

Vorig jaar nam ik een aantal kaarten mee uit een koffietentje. Het was een reeks van het Alkmaars dichtersgilde, met het thema vrijheid. De kaart met het gedicht van Jeannette Coppens vond ik destijds al prachtig. Nu het thema met Internationale Vrouwendag vrijheid is, misschien wel extra mooi. Ik zocht contact en voor ik het wist, zat ik bij haar aan tafel.

Buiten schemert het, als ik de woonkamer binnenloop staat de thee al klaar. Aan de muren van het gezellige huis van Jeannette en haar man prijken schilderijen van haar hand. Jeannette (77) vertelt dat ze naast schilderen ook van schrijven houdt. Ze heeft kinderverhalen en -liedjes geschreven, schreef voor toneel en scenario’s voor twee films. Ook speelt ze viool en zet zij zich in voor Dag en Dauw (culturele activiteiten voor en door senioren). Ze is nu 2 jaar actief voor het Alkmaars dichtersgilde. 

Wereldburger

Jeannette’s verhaal begint in Indonesië, waar ze is geboren. Vanaf 9 maanden tot haar 5e jaar woonde ze in een ‘Jappenkamp’ (een Japans interneringskamp, waarin mensen gevangen werden gehouden tijdens de Japanse bezetting in Nederlands-Indië in de jaren ’40, red.). “Japanners zeiden dat ze kwamen bevrijden, maar Indonesische kinderen moesten Japans leren en de mannen werden gedwongen een spoorlijn aan te leggen. Ze bezetten de boel dus gewoon”. 
“Kunt u zich nog veel herinneren van die tijd?”. “Ik weet nog dat we met licht aan sliepen en dat ik schoten hoorde. We zijn in die tijd mensen verloren. Ik weet nog dat we Indonesië verlieten, de reis op de boot. Bij het Rode Kruis kregen we midden in de woestijn van Egypte winterkleren, het zou de koudste winter sinds tijden worden in Holland. Allemaal zwarte en bruine kleding, niks vrolijks aan dus!”.

Ze belandde toen in Haarlem, om na een jaar te vertrekken naar Curaçao. “Dat was een leuke tijd. Ik leerde daar meteen zwemmen. Het was er toen heel anders dan nu, je had soms een strand helemaal voor jezelf”. Na 2 jaar ze kwam weer terug in Haarlem en ging vervolgens naar Borneo. Toen ze 12 jaar was verhuisde ze weer naar Nederland. Ze volgde de MMS (nu beter bekend als havo). “Ik had een vrolijk paars met geel jasje, maar de anderen droegen sobere kleuren. Om er bij te passen ging ik daar al snel in mee en droeg dat jasje dus niet meer. In die tijd moest je ook vooral niet spontaan zijn en hard lachen”. In 1967 verhuisde ze uiteindelijk naar Amsterdam, waar ze o.a. werkte voor de Geïllustreerde Pers, bij de Margriet en later bij Elsevier Scientific Publishing Company.
De afgelopen 30 jaar woont ze in Limmen.

Reizen

Dat vele reizen is nooit meer veranderd. Ze trouwde in 1969 met haar man en samen reizen ze nog steeds. Ze zegt: “Ik ben altijd nieuwsgierig naar andere landen en culturen. Maar dat reislustige, dat zit ook echt in de familie”. “Ziet u een verschil qua vrijheid in andere landen?”. “Toen ik in Iran was zag ik vooral veel mannen en dat zij studeerden. Ik liep destijds in minirok in Teheran en kreeg de halve stad achter me aan. Ik heb toen snel een broek aangetrokken. Mannen lieten ons soms, fluisterend omdat ze bang waren voor de geheime dienst, zien hoe de geschiedenis van Iran tot en met de Sjah (het Perzische woord voor koning) een paar bladzijden besloeg en de geschiedenis vanaf de Sjah een dik boekwerk was”.
Als ik aangeef dat ik het bijzonder vind dat ze zoveel van de wereld heeft gezien, zegt ze dat ze hier heel dankbaar voor is. “Ik denk dat we heel dankbaar mogen zijn dat we hier in Nederland leven en kunnen kiezen met wie we omgaan, niet afgeluisterd worden en kunnen zeggen wat we willen. Dat je een sociaal leven hebt en te eten hebt, dat je je veilig kunt voelen. Ik kan zelf slecht tegen onrecht en ben blij dat mensen in opstand komen en niet de ‘hoge meneren’ alles laten bepalen”.

Syrië

“En het gedicht, hoe bent u daar op gekomen?” “Het thema vanuit het dichtersgilde was vrijheid. Ik moest meteen denken aan een bepaald moment, toen ik in Syrië was. In Hama was er een waterrad in een mooi park en daar waren heel veel duiven. Zodra ze wegvlogen wisselden de kleuren grijs en wit en verdwenen ze in de lucht.
Ik was er voor de oorlog er uitbrak, zo’n 8 jaar geleden. Ik maakte een rondreis tot aan de grens met Irak. Ik vond Syrië een prachtig land, met archeologische schatten, oude culturen. Een leuk land met leuke, gastvrije mensen. Ook de godsdienstvrijheid daar vond ik mooi. Zodra er regels worden opgelegd, gaat het namelijk mis. Wanneer je elkaar niet tolereert, wordt het een wreed en onvrij ding”.

“Heeft u nog wijze raad voor andere vrouwen?” “Blijf nieuwsgierig en actief, daar kun je heel oud mee worden!”

Share This